WWW.GRADSTAAT.NL




BEGINPAGINA

ZONDAG-
BESTELLING


BESTELLER-
STEMPELS


PUNTSTEMPELS









EMAIL














PUNTSTEMPELS NEDERLAND

Het begon allemaal in 1869. Tot dat moment had het stempel, bekend onder de naam 'Franco in kastje' dienst gedaan om postzegels op brieven te vernietigen. Het postkantoor van afzending was te zien aan het rode vertrekstempel dat op de brieven geplaatst werd maar wat vaak slecht leesbaar was. Dit werd als zeer hinderlijk ervaren omdat er nogal eens een brief retour gestuurd diende te worden aan de afzender. Het kwam namelijk veelvuldig voor dat een brief niet besteld kon worden omdat uitsluitend naam en woonplaats van de geadresseerde was vermeld. Om de herkomst van een brief in het vervolg gemakkelijker na te kunnen gaan maakte de Minister van FinanciŽn de invoering van 'een nommerstempel tot vernietiging van postzegels' per 1 april 1869 bekend.




Een tweede reden van invoering was, dat de punten van het nieuwe stempel dusdanige diepe indrukken in het zegel achter zouden laten, dat afwassen van de inkt onmogelijk werd gemaakt. Daardoor kon de postzegel geen tweede keer gebruikt worden. Op het eerste gezicht minder leuk voor verzamelaars, maar het bovenstaande wetende geen reden om de bewuste zegel geheel terzijde te leggen, hoewel men soms zegels tegenkomt waar door de punten van het stempel zelfs gaatjes in het kleinood zijn gekomen.



Overgang van franco in kastje naar puntstempel.


De vorm van het stempel in de officiŽle aankondiging luidt als volgt: 'Een nommer, in zeskantige vorm door punten omgeven'. Een afdruk van het stempel heeft de volgende vorm. In het midden van het stempel het nummer. Daarboven achtereenvolgens een horizontale rij van drie punten met daaronder een rij van vier punten. Naast het nummer, aan beide zijden, drie rijtjes van twee punten, terwijl onder het cijfer weer een rij van vier punten staat, besloten door een laatste rij van drie punten. In totaal dus zesentwintig punten. Alleen de nummers 1 tot en met 9 hadden aan weers-zijden van het cijfer nog een extra punt. Al snel werd dit stempel door het publiek puntstempel genoemd, en deze naam bleef zij houden.



 110100


De verticale as van het puntstempel loopt door de middelste punt van de bovenste- en onderste rij punten, en deelt het kantoornummer in twee gelijke delen. Dat wil zeggen: deze as loopt bij de cijfers 1 t/m 9 door het cijfer heen, bij 10 t/m 99 juist tussen de cijfers van het kantoornummer door en bij 100 t/m 259 door het middelste cijfer van het nummer.
Met dit gegeven kan men bij de onderstaande brief met slecht afgedrukt stempel, met zekerheid vaststellen dat dit onmogelijk kantoornummer 35 kan zijn. Als dit geen brief, maar een afgeweekte zegel zou zijn zouden veel verzamelaars waarschijnlijk hebben aangenomen hier met een stempel van Enkhuizen te maken te hebben. De verticale as van het stempel loopt echter duidelijk door het cijfer 3 heen en laat overtuigend zien dat men hier te maken heeft met hetzij Zwolle (135) dan wel Naaldwijk (235).




Wat het verzamelen van puntstempels nu zo interessant maakt is dat men niet kan volstaan met het verzamelen van de diverse stempels die aan kantoren zijn verstrekt, maar dat er zo veel varianten van diverse stempels zijn. Het is namelijk goed voor te stellen dat een groot kantoor nooit gedurende meer dan twintig jaar hetzelfde stempel kan hebben gebruikt. Na een of enkele jaren werd een nieuw exemplaar verstrekt dat vaak enigszins afweek qua vorm dan het voorgaande. Vaak was het verschil miniem maar er zijn ook puntstempels verstrekt aan kantoren die duidelijk afweken van eerdere, soms met het doel om met een oogopslag het verschil te kunnen zien.

Het postkantoor in Apeldoorn kreeg bij de eerste verstrekking van het nieuwe vernietigingsstempel een exemplaar met het cijfer 6, waarbij ter onderscheiding met een op zijn kop geplaatst stempel met het cijfer 9 een extra punt onder het cijfer geplaatst was. Enkele jaren later (omstreeks 1875) was dit stempel door slijtage aan vervanging toe en werd aan het kantoor in deze stad een puntstempel uitgereikt waarbij deze punt was komen te vervallen.


met punt zonder punt zonder punt 99 punt



Apeldoorn (6)Sneek (99)

Meerdere stempels hebben verschillende varianten gehad, wat het verzamelen aantrekkelijk maakt. Stempel 66 bijvoorbeeld, uitgereikt aan het postkantoor van Leerdam, had om dezelfde reden als Apeldoorn een extra punt tussen de twee cijfers, (dus 6.6). Omstreeks 1873 is deze extra punt verdwenen.

Bovendien had Sneek (99), ter onderscheiding van 66 ook een extra punt. (dus 9.9)
Ook deze punt verdween na enkele jaren. Van 1875 tot 1889 werd er door het kantoor ter plaatse een stempel 99 zonder extra punt gebruikt, wat het onderscheiden van deze twee laatstgenoemde nummers niet eenvoudig maakt voor de verzamelaar. Omstreeks 1889 werd een derde stempel verstrekt, ditmaal met een extra punt nŠ de cijfers. (dus 99.)




Het verschil tussen een 6 en een 9 is verder alleen te zien aan de vorm van het cijfer. Bij de 6 is de bovenlus iets meer geopend en hoger dan de onderlus van de 9. Eťn en ander is vaak slechts te zien als de verzamelaar de beschikking heeft over meerdere exemplaren die hij of zij naast elkaar kan leggen en onderling kan vergelijken.

Natuurlijk waren de stempels ook in grote mate onderhevig aan slijtage en in de loop van de tijd verdwenen er nogal eens punten. Vooral de buitenste rij punten was zeer kwetsbaar. Niet in de laatste plaats omdat men ook regelmatig een stempel op de grond liet vallen waardoor er wel eens een punt afbrak. Noodgedwongen bleef men dit beschadigde stempel nog vaak geruime tijd gebruiken in afwachting van een nieuw aangevraagd exemplaar.

Algemeen bekende stempels met afgebroken punten of puntenrijen zijn Amersfoort (4), Delft (22), en Leiden (68). De meest voorkomende en gemakkelijkst te vinden afdruk van zo'n beschadigd puntstempel op een postzegel is van Zevenaar (130), waar het stempel al in 1871 de punt rechtsboven miste. Het kantoor kreeg pas 10 jaar later, op 3 december 1881 een nieuw exemplaar.


64 Kampen - Groot 64 Kampen - Klein




Er zijn nog meer verschillen. Bijvoorbeeld de kantoren Hellevoetsluis (54) en Kampen (64) kregen omstreeks 1890 nieuwe stempels uitgereikt met, zeer opvallend, veel kleinere cijfers. De punten staan wel normaal. Het 'kleine' zit alleen in de cijfers zelf.
Het verschil tussen 54 en 64 is helaas dikwijls moeilijk te zien omdat de duidelijkheid van deze kleinere cijfers vaak veel te wensen over laat.

De volgorde van uitgifte:

Per 1 april werden de destijds bestaande 135 kantoren, volgens onderstaande lijst in alfabetische volgorde, van de nummers 1 t/m 135 voorzien en op dezelfde datum de nummers 136 t/m 138 aan drie spoorwegkantoren gegeven.


1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
Alkmaar
Almelo
Alphen
Amersfoort
Amsterdam
Apeldoorn
Appingedam
Arnhem
Assen
Bergen op Zoom
Beverwijk
Bolsward
Bommel
Boxmeer
Boxtel
Breda
Breskens
Brielle
Brummen
Culenborg
Delshaven
Delft
Delfzijl
Deventer
Dirksland
Doesborgh
Doetinchem
Dokkum
Dordrecht
Dragten
Driebergen
Edam
Eindhoven
Elburg
Enkhuizen
Enschede
Franeker
Geertruidenberg
Goes
Goor
Gorinchem
Gouda
Grave
's Gravenhage
Groningen
Haarlem
Haarlemmermeer
Harderwijk
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
Harlingen
Hattem
Heerenveen
Heerlen
Helder (den)
Hellevoetsluis
Helmond
Hengelo
's Hertogenbosch
Heusden
Hilversum
Hoogeveen
Hoogezand
Hoorn
Hulst
Kampen
Koevorden
Leerdam
Leeuwarden
Leiden
Lemmer (de)
Loenen
Maarssen
Maassluis
Maastricht
Medemblik
Meppel
Middelburg
Monnikendam
Naarden
Neuzen (ter)
Noordwijk
Nijkerk
Nijmegen
Oldenzaal
Onderdendam
Oosterhout
Oud-Beijerland
Oudenbosch
Oudewater
Purmerend
Roermond
Rotterdam
Rozendaal
Sas van Gend
Schagen
Schiedam
Schoonhoven
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135

136


137


138

Sittard
Sluis
Sneek
Steenbergen
Steenwijk
Terborg
Texel
Tholen
Tiel
Tilburg
Utrecht
Vaals
Veendam
Veenendaal
Veghel
Velp
Venlo
Vianen
Vlaardingen
Vlissingen
Waalwijk
Wageningen
Weert
Weesp
Willemstad
Winschoten
Winterswijk
Woerden
Wormerveer
Woudrichem
Wijk bij duurstede
Zaandam
Zeist
Zevenaar
Zevenbergen
Zierikzee
Zutphen
Zwartsluis
Zwolle

Spoorwegpostkantoor
Amsterdam-Emmerik

Spoorwegpostkantoor
Arnhem-Bentheim

Spoorwegpostkantoor
Moerdijk-Antwerpen


Al spoedig na de datum van verstrekking van de puntstempels werd een nieuw postkantoor opgericht (Oisterwijk), dat nummer 151 kreeg toegewezen. De nummers 139 - 150 werden overgeslagen en gereserveerd voor spoorwegkantoren. Hierna volgden nieuwe postkantoren in Scheveningen (152) en Osch (153) enz. enz.
De alfabetische volgorde kwam uiteraard te vervallen. Het werd een chronologische opeenvolging van nieuw geopende postkantoren. Alleen als verstrekking van het puntstempel plaats vond aan meerdere kantoren tegelijkertijd op dezelfde datum, werd voor die bewuste kantoren de alfabetische volgorde weer aangehouden. Dat ging zo door tot en met stempel 257 (Middelharnis), dat op 1 december 1890 werd uitgereikt.



152196228


Daarna is men bij de PTT de gaatjes gaan opvullen. Eerst werden de stempels 21 en 25 van reeds opgeheven kantoren weer uitgegeven, waarna vervolgens de nummers 139 - 150 werden toegewezen, waarvan alleen puntstempel 141 aan een spoorwegpostkantoor. Na nummer 150 viel er niets meer tussen te voegen en werd de serie boven de 257 vervolgd. Uitgegeven werden nog Soest (258) en Waddinxveen (259). De laatste op 1 juni 1893, terwijl twee dagen daarna door de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid bekend werd gemaakt dat het gebruik van puntstempels per 15 juni 1893 werd afgeschaft.

Begrijpelijk dat dit laatste (en hoogste) verstrekte nummer zeer schaars is, als je nagaat dat in een gebruiksperiode van het puntstempel van meer dan vierentwintig jaar, nummer 259 slechts gedurende veertien dagen in gebruik is geweest.




21 Delfshaven
Puntstempel 21 was in 1869 oorspronkelijk uitgereikt aan Delfshaven en kwam te vervallen doordat dit postkantoor enkele jaren na invoering van het stempel bijkantoor van Rotterdam werd en dus stempel 91 ging gebruiken.
Het door dit kantoor oorspronkelijk gebruikte stempel werd ingeleverd bij de Posterijen, die deze op hun beurt op 1 april 1891 weer uitreikten aan Emmen. Weliswaar een nieuw exemplaar, maar wel met gelijk nummer.

Met min of meer grote zekerheid kan men zeggen of een zegel met puntstempel 21 afkomstig is uit Emmen, omdat dit vrijwel uitsluitend zegels zijn in de tanding 12.5 grote gaten voor de emmissies 1872 en 1876, en alle zegels van de emmissie 1891.



25 Dirksland
Puntstempel 25 werd gebruikt door Dirksland tot aan de opheffing daarvan als postkantoor per 16 december 1890. Het kantoor werd 'verlaagd' tot hulpkantoor en mocht daarom vanaf dat moment het puntstempel niet meer gebruiken. Slechts een paar maanden later, 1 april 1891, werd dit nummer weer uitgegeven aan 's Gravenland.


Vaststelling van de plaats van afzending is hier moeilijker vast te stellen. 'Gelukkig' is het stempel tijdens het gebruik in Dirksland zwaar beschadigd, want omstreeks 1875 was de gehele bovenste rij punten van het stempel verdwenen. Alle zegels vanaf die tijd afgestempeld in Dirksland afgestempeld zijn hieraan te herkennen. 's-Gravenland kreeg een nieuw, intact exemplaar uitgereikt.

Een derde kantoor, Nijverdal, als postkantoor op 1 januari 1881 opgericht en stempel 206 gebruikend werd per 1 oktober ook tot hulpkantoor verlaagd. Dit nummer werd echter nooit meer aan een ander kantoor uitgereikt.

Niet alleen in de puntstempels uitgereikt aan postkantoren zaten verschillen, ook de naam van diverse kantoren heeft enkele malen een wijziging ondergaan.
Punstempel 13 bijvoorbeeld werd in 1869 uitgereikt aan Bommel, de destijds gebruikelijke afkorting voor Zalt-Bommel. Deze laatste werd in 1870 door de PTT officieel ingevoerd. In 1883 werd de naam Zalt-Bommel uiteindelijk veranderd in Zaltbommel.




20 Culemborg
Puntstempel 20: Bij de oprichting van dit kantoor luidde de naam Culemborg, ten tijde van de verstrekking van het puntstempel in 1869 spelde men Culenborg, in 1883 werd deze weer veranderd in Kuilenburg (doch deze naam werd nooit in een stempel uitgevoerd) en uiteindelijk werd het weer Culemborg.



Meerdere plaatsen in Nederland hebben een grotere of kleinere naamswijziging ondergaan, hetzij daadwerkelijk, dan wel alleen in de kantoornaam gebruikt in stempels. Plaatsen met een verhaal over de spelling van de kantoornamen zijn bijvoorbeeld: Koevorden - Coevorden, Borculo - Borkeloo, Oirschot - Oorschot, maar ook Meerssen - Meersen, IJsselstein - IJselstein en wel de bekenste, Doesborgh - Doesburg. En dat alles heeft plaatsgevonden in de gebruiksperiode van het hier besproken stempel.



79 Terneuzen
Ook het verhaal rond Terneuzen is het vermelden waard. Ten tijde dat het puntstempel in gebruik werd genomen was Neuzen-Ter de gebruikelijke naam in vertrekstempels. Vandaar dat deze plaats tijdens de verdeling van de stempels (in alphabetische volgorde) gerangschikt is op deze naam. (zie blz. 2). Later werd de naam Ter-Neuzen aangenomen en uiteindelijk gewijzigd in Terneuzen.


De verschillen in de puntstempels en de veranderingen in de kantoornamen zijn uitsluitend aan te tonen op een hele brief, met een duidelijk vertrekstempel.
Aanvankelijk werd als vertrekstempel op brieven het 'Tweeletterstempel' gebruikt, met twee letters in de uuraanduiding. 'M' en 'A' staan voor 'Morgen of Middag' en 'Avond'.
Vanaf 11 april 1877 werd het kleinrondstempel ingevoerd, met slechts ťťn letter in de uuraanduiding. de 'V' van 'Voormiddag' en de 'N' van 'Namiddag.




Brief verzonden op 7 februari 1874 vanuit Delft met tweeletterstempel 8M-12M.




Brief verzonden op 12 oktober 1889 vanuit Leiden met kleinrondstempel 3-4N.

Hoofdkantoren en bijkantoren hadden het puntstempel ter vernietiging van de zegels op brieven, evenals enkele spoorweg- en tijdelijke kantoren. Bijkantoren hadden hetzelfde nummer als het hoofdkantoor waar zij onder vielen, maar hadden ieder wel een eigen dagtekeningstempel. Volledige brieven van bijkantoren met een postzegel vernietigd met het puntstempel en een dagtekeningstempel waarin de naam van dit kantoor vermeldt staat zijn zeldzaam. Heel bekend is het stempel 'Amsterdam-Spiegelstraat' doch vrij schaars op brief in combinatie met een puntstempel.

Hulpkantoren waren niet gerechtigd om zelf de postzegels met een stempel te ontwaarden, en dienden de brieven door te sturen naar het hoofdpostkantoor waar zij onder ressorteerden. Hier werden de zegels met het puntstempel vernietigd en werd een dagtekeningstempel geplaatst. Wel werd, om het kantoor van afzending te kunnen achterhalen, door het hulpkantoor een langstempel geplaatst. Als voorbeeld een brief die vanuit Barsingerhorn, via Schagen naar Petten is verstuurd.




Brief verzonden op 19 maart 1876 vanuit Barsingerhorn naar Petten.

In de circulaire van 16 maart 1869 over de invoering van het nieuwe stempel werd meegedeeld dat de volgende spoorwegpostkantoren puntstempels kregen uitgereikt:

136: Amsterdam - Emmerik
137: Arnhem - Bentheim
138: Moerdijk - Antwerpen

Bijna 3 jaar later, 1 maart 1872, werd aan dit lijstje toegevoegd:

141: Utrecht - Zwolle

Puntstempel 137 zul je nooit op een brief aantreffen samen met het vertrekstempel Arnhem - Bentheim, omdat de gebruikelijke benaming in stempels op dat moment Arnhem - Oldenzaal was.
Bij de benaming Moerdijk - Antwerpen hoort ook een verduidelijking. Ten tijde van de aankondiging van verstrekking van de puntstempels was inderdaad het vertrekstempel Moerdijk - Antwerpen in gebruik. Omdat het baanvak steeds verlengd werd wijzigde de naam mee. Per 1 november 1872 al, toen de spoorwegbrug over de Moerdijk geopend was, werd de naam in de stempels bij circulaire 868 gewijzigd in Fijenoord - Antwerpen. Januari 1876 vond de wijziging plaats in Rotterdam - Antwerpen, om uiteindelijk te worden Amsterdam - Antwerpen.


136137138


In de gebruiksperiode van het puntstempel zijn er veel wijzigingen geweest in de benamingen van de spoorwegpostkantoren. Grootste redenen zijn wel splitsingen, samenvoegingen en verlengingen van trajecten geweest.

Stationskantoren werden destijds gerangschikt onder de 'postlokalen' en kregen zelf geen puntstempel. Alleen werkelijke bijkantoren kregen een stempel, met hetzelfde nummer als het hoofdkantoor. Een uitzondering is Arnhem - Station, die vanaf 21 januari 1880 beschouwd werd als een 'bijkantoor der Posterijen'.
Circulaire 1096, d.d. 21 januari 1880 zegt: "Met 1 februari a.s. wordt aan het spoorwegstation te Arnhem een bijkantoor der posterijen gevestigd".

Dat dit kantoor ook daadwerkelijk als een normaal bijkantoor werd gezien, blijkt wel uit het feit dat er jaren later zelfs een verhuizing heeft plaatsgevonden naar een pand buiten het station.




Brief verzonden op 1 december 1885 vanuit Arnhem met vertrekstempel 'Arnhem-Station'


Over het voorgaande, de naamswijzigingen, spoorwegpostkantoren, hulppostkantoren en bijkantoren is zo veel te vertellen. Het is alleen jammer dat filatelistisch materiaal hiervan zo schaars is. Van losse zegels en het stempel gebruikt op normale brieven is gelukkig volop materiaal bewaard gebleven en voorhanden.

Gebruik van het stempel werd verplicht gesteld voor de vernietiging van postzegels op brieven en kwitanties en was verboden op briefkaarten en drukwerken, maar wat dat betreft werd er nog wel eens gezondigd. Puntstempels op briefkaarten komen wel voor, maar helaas heel weinig en van maar enkele plaatsen zijn ze bekend.



Op de bovenstaande briefkaart, verzonden uit Groningen op 27 oktober 1880, is het correct gedaan. Het ingedrukt zegel is vernietigd met het dagtekeningstempel en de bijgeplakte postzegel (i.v.m. de vereiste porto) is geheel volgens voorschrift vernietigd met het puntstempel.



Daarentegen is de waardezegel op de hier boven getoonde briefkaart, verzonden op 30 oktober 1877 vanuit Dordrecht naar Antwerpen, tegen de voorschriften in afgestempeld met (dubbel)puntstempel 29. Vooral de plaatsen Culemborg (20) en Dordrecht (29) maakten zich hier schuldig aan.

Gekleurde stempels


Art. 3.
De ondervonden moeijlijkheid om het gebruik voor te schrijven van eenen rooden stempelinkt, die in alle opzigten aan de vereischten eener goede stempeling beantwoordt, heeft er toe geleid mits deze den rooden stempelinkt af te schaffen : met bepaling dat de stempeling algemeen , en dus zoowel voor den afdruk der dagteekening-stempels , als voor alle andere stempels bij de Postadministratie in gebruik , met zwarten stempelinkt zal plaats hebben : wordende de ambtenaren aangeschreven zich bij F. Staudt en Zoon te Wierden van den gemelden inkt te voorzien.
Met de nieuwe wijze van stempeling zal den 15den December aanstaande kunnen worden begonnen , doch zij zal uiterlijk den 1sten Februarij aanstaande op alle kantoren toepassing behooren te vinden.

Door middel het bovenstaande artikel werd bij de invoering van de puntstempels in 1869 bepaald dat de vernietiging van de zegels met zwarte inkt diende te gebeuren, maar afwijkende kleuren komen wel voor. In het begin was de overschakeling van rode naar zwarte inkt natuurlijk de reden dat er door vergissing puntstempels bestaan in rode inkt.
Anders is het met bijvoorbeeld de paarse en blauwe stempels in diverse kleurschakeringen. Zelfs op de emmissie 1891 komen afstempelingen in kleur voor, hoewel ook vaak is te zien dat ook hier een vergissing de oorzaak is. Duidelijk is het bijvoorbeeld als met een zwart doordrenkt stempel gestempeld werd op een blauw stempelkussen of omgekeerd



Stempels met een kleurtje.


Ook op kwitanties komt het puntstempels voor.
Als een kwitantie betaald moest worden kon men deze laten innen door de PTT. Deze had hiervoor speciale kwitantie- of wissellopers in dienst. Hierbij diende wel incassorecht te worden voldaan.

Voor dit doel waren er speciale kwitantiezegels in gebruik, maar het verschuldigde bedrag kon ook worden voldaan met een postzegel, welke dan door middel van afstempeling met het puntstempel werd vernietigd.




Dit heeft wel voor veel verwikkelingen gezorgd. De inkomsten van de verkoop van de kwitantiezegels kwam in de kas van een ander ministerie in Den Haag terecht dan de inkomsten van de verkoop van postzegels.
Verrekening tussen de twee departementen is niet altijd zonder strubbelingen verlopen.

Redelijkerwijs kan met puntstempels aantreffen op de emmissies die voor 15 juni 1893 werden uitgegeven.
Omdat een postzegel kopen vroeger toch niet zo algemeen was als in deze tijd, werden deze vaak alleen aangeschaft op het moment dat er ook daadwerkelijk een brief verstuurd moest worden.
Dit is eigenlijk de grootste reden van de extreme zeldzaamheid van puntstempels op de emmissies 1852 en 1854, hoewel deze zegels vanaf het moment van ingebruikname van het puntstempel nog ruim tien jaar gebruikt konden worden. Niet veel mensen hadden van deze zegels een aantal in voorraad zoals heden ten dage het geval is.

Meerdere plaatsen, vooral grote en middelgrote steden, hadden vaak een bloeiende handel en industrie, en veel brieven werden vanuit deze plaatsen verzonden door zakenmensen. Dit in tegenstelling tot die plaatsen met hoofdzakelijk een agrarische bevolking. Deze hadden diverse redenen om het versturen van brieven te beperken. Veelal woonde familie dicht in de buurt en het hoge porto was ruim een eeuw geleden ook een reden om het schrijven van een brief achterwege te laten. In vergelijking met de lonen van die tijd zou een brief nu namelijk met É 6.00 porto zijn belast.
Dit, en de korte of langere periode dat een stempel op een kantoor in gebruik is geweest, zijn redenen dat een bepaald nummer veel voorkomt of juist zeldzaam is.

De afschaffing



Met ingang van 15 Juni a.s. wordt de nommerstempel, tot onbruikbaarmaking der postzegels op de brieven, afgeschaft en behoort de stempeling der port- en frankeerzegels op alle stukken zonder onderscheid te geschieden door middel van den dagteekeningstempel. Buitendien behoort voorloopig op de brieven nog een tweede afdruk van dien stempel geplaatst te worden.
Deze maatregel moet mede strekken om het ten tweede male gebruik maken van postzegels te bemoeilijken en beter in het oog te doen springen.
. . . . . . . . .
De opzending der nommerstempel aan het Hoofdbestuur worde tot nader order uitgesteld.


In de verzameling van voorschriften nr. 17, vastgesteld bij beschikking van de Directeur- Generaal der Posterijen en Telegrafie, van 3 juni 1893, werd aan de kantoren meegedeeld dat met ingang van 15 juni 1893 de nummerstempels afgeschaft werden en vervangen door dagtekeningstempels.




Copyright: 2007 www.gradstaat.nl